Ik stap in de auto.
Die waant zich blijkbaar een spaceshuttle.
Waar komt dat ontaarde geluid vandaan??!
Snel naar de garage.
Foute boel, uitlaat overleden.
Dat betekent een eindeloos treintraject!
Ik zucht, maar worstel me de metro in. En de trein. En de bus.
Na de les moet ik weer van alles halen, dus laat ik mijn blaas maar even blaten.
Tot Rotterdam CS, dan knap ik bijna uit elkaar.
Geen ramp, want op CS doen ze aan wc's. Toch?
Fuck, geen kleingeld meer.
Dat heb ik net aan een jolige accordeonist gegeven toen hij me even meenam naar Parijs.
Dat kunnen die accordeonisten ja!
Goed, metro missen dan maar.
Pinnen.
Wisselen.
WAAAAARRRR DAN???
CS is inmiddels een spookstad.
In de nevelen van de nacht ontwaar ik een juffrouw die treinkaartjes verkoopt (ja, ja, er is er nog één, je moet wel heel goed zoeken hoor). Het geld wordt gewisseld.
'U mag niet bij mij komen klagen als de deur van de wc niet opengaat', zegt ze volledig trouw aan haar functie.
Ik waag het erop en knal een muntje in de deur.
Deur weigert dienst.
Terug naar de juf, toch wel ja!
'Mevrouw, ik verkoop treinkaartjes!', zegt ze verontwaardigd.
Mijn blaas en ik roepen iets over menswaardigheid en rennen weg.
Na vijf net sluitende winkels (zonder wc) tref ik een café.
Ja hoor, eindelijk! Een mens!
'Ga maar even', zegt de barman vriendelijk.
Ik hoef niet eens te betalen.
Wel weer een metro gemist...
Er zijn van die dagen.
Je kent ze wel.
Mijn leraar Zingeving zei tijdens het college: 'Wat is het toch mooi als je 's morgens de dag avontuurlijk tegemoet kan treden. Zo van: wat zal deze dag me weer eens gaan brengen?'
Mooi uitgangspunt, maar het lukt gewoon niet altijd.
Toch moet je je zegeningen tellen.
Juist in tijden van (hoge) nood.
Dus...
Gelukkig maar dat er nog leuke leraren op de wereld zijn.
En barmannen.
En accordeonisten.
Die je even meenemen naar Parijs.
Reacties