Ik ben in het hol van de leeuw.
Daar ben ik best makkelijk gekomen.
Ik kijk wat rond, en zoek naar een prooi.
De man die ik op het oog heb, wil me best even te woord staan.
Het is immers een open dag, en hij verkoopt zijn diensten graag.
Ik hoor het promotiepraatje even aan.
Dan stel ik me voor.
Bij het woord 'journalist' trekt de man wit weg.
Hij deinst letterlijk achteruit en duikelt bijna van zijn stoel.
Zijn handen beginnen te trillen.
De man is zo overdonderd, dat hij zijn verhaal doet.
'U schrijft dit toch niet op hè?', vraagt hij kleintjes.
Dan ben ik al een tijdje bezig de schreeuwende behoefte mijn kladblok te grijpen de kop in te drukken.
Ik hou het vol.
Dat doe ik pas als ik in de auto ben.
En daar schrijf ik alles op.
Nog niet voor publicatie, maar mijn eigen geheugen.
En verder onderzoek.
Want mensen die bang zijn voor journalisten, hebben altijd iets te verbergen.
Reacties