Mijn vader haatte politiek.
Dat is ontstaan na zijn deelname aan de politionele acties in Indonesië 1947-1949.
Je bent de ene oorlog nog niet uit, of je moet de andere in.
Net twintig jaar jong.
Voor je nummer.
Voor de goede zaak, zo werd je verzekerd.
Niets was minder waar.
Mijn vader en zijn kameraden werden regelrecht de hel ingestuurd.
Een hel die hen de rest van hun leven bij zou blijven.
Die tergend op zou blijven spelen.
In dromen, beelden en pure doodsangst.
Mijn vader ging naar Indonesië om de mensen daar te helpen.
Dat was althans de boodschap van de propagandafilmpjes in die tijd.
Toen hij terugkeerde waaide er plotseling een heel andere politieke wind door het land.
Ineens werd mijn vader met de rug aangekeken.
En in deze tijd zien we het helemaal zo helder.
We zien hoe walgelijk Nederland bezig was in die tijd.
Er worden zelfs politieke excuses gemaakt.
Maar laat ik daar nou altijd ook een beetje kriegel van worden.
Want ik ken het verhaal van mijn vader.
Een jongen van het Tintese platteland, die inderdaad mensen had geholpen.
Die maten had zien sterven, gruwelen had doorstaan en meerdere keren bijna zijn eigen leven had verloren.
Iets waar die mooipratende ‘spijtoptanten’ geen enkele notie van hebben.
Jan Soldaat is altijd de lul.
Mijn vader Leen van de Polder (1927-1991), Drager van het Ereteken voor Orde en Vrede en altijd een trotse oud-marinier, heeft na 1949 nooit meer gestemd.
Voor mijn lieve, wijze vader, de bloemkweker, het licht in mijn leven.
Jij weet wat liefde is.
Altijd in mijn gedachten, altijd in mijn hart.
Laatste reacties